Artrose

 

Artrose is de meest voorkomende vorm van reuma. Het is een aandoening van het gehele gewricht, waarbij schade aan en verlies van gewrichtskraakbeen het meest kenmerkend is. Het kraakbeen (een beschermlaag op de uiteinden van de botten) wordt langzaam dunner en zachter en verdwijnt uiteindelijk. De uiteinden van de botten komen dan tegen elkaar aan te schuren bij het bewegen. Dit kan flinke pijn veroorzaken en er kunnen ook problemen ontstaan met het onderliggende bot.

Dit proces gaat vaak langzaam, maar kan ook heel snel verlopen (progressief verlies van kraakbeen). Daarnaast treden er veranderingen op in de kwaliteit van het bot onder het kraakbeen (sclerose) en ontstaat er uitgroei aan de randen van het bot (osteofyten). Als reactie op de verminderde kraakbeenbescherming gaat het bot zijn dragende oppervlak vergroten. Dit om de druk op het gewricht (bijvoorbeeld bij knie en heup) te verminderen. Hierdoor kunnen er uitsteeksels (osteofyten) gaan groeien aan de botten en kan het bot dikker worden en uiteindelijk vervormd raken.
Door afbraak van het kraakbeen en prikkeling vanuit het bot kan er een gewrichtsontsteking ontstaan. Ook zien we vaak een verminderde spierkracht en een verzwakking van de gewrichtsbanden. Sommige mensen hebben meer last van de kraakbeenschade, anderen van de veranderingen in het bot en weer anderen van de ontsteking of verschillende combinaties hiervan.

Artrose kan bij het ouder worden in alle gewrichten voorkomen, maar komt vooral voor in nek, onderrug, knieën, heupen, duim, vingers en grote teen. De aandoening verloopt langzaam progressief.

Artrose moet niet verward worden met botontkalking (osteoporose). Bij botontkalking wordt het bot brozer en breekt daardoor sneller. Bij artrose neemt de dichtheid van het bot onder het kraakbeen vaak toe als reactie op het vervormen van het bot door kraakbeenverlies en de uitgroei van osteofyten.

Oorzaak artrose

Artrose is een veelvoorkomende gewrichtsaandoening die het vaakst voorkomt bij mensen van middelbare leeftijd tot ouderen. Het wordt vaak ‘slijtage’ van de gewrichten genoemd, maar het is niet echt juist om te zeggen dat de gewrichten gewoon verslijten. Artrose is een ziekte van het hele gewricht, waarbij het kraakbeen, pezen, gewrichtsbanden en botten betrokken zijn. Artrose is de meest voorkomende vorm van reuma.

Verlies van kraakbeenlaag en gewrichtsontsteking
Artrose is een aandoening aan het gehele gewricht, waarbij schade aan en verlies van gewrichtskraakbeen het meest kenmerkend is, naast verslechtering van pezen en gewrichtsbanden en verschillende gradaties van ontsteking van de gewrichtsband (synovium). Het kraakbeen (een beschermlaag op de uiteinden van de botten) wordt langzaam dunner en zachter en verdwijnt uiteindelijk. Het verlies van de kraakbeenlaag gaat vaak langzaam, maar kan ook zeer snel verlopen (progressief verlies van kraakbeen). De uiteinden van de botten komen dan tegen elkaar aan te schuren bij het bewegen. Dit kan flinke pijn veroorzaken en er ontstaan problemen met het onderliggende bot. Er treden veranderingen op in de kwaliteit van het bot onder het kraakbeen (sclerose) en de ontwikkeling van bot uitgroei aan de randen van het bot (osteofyten). Als reactie op de verminderde kraakbeenbescherming zal het bot zijn draagvlak vergroten. Dit is om de druk op het gewricht te verminderen (bijvoorbeeld knie, ruggengraat en heup). Hierdoor groeien osteofyten (uitsteeksels) op de botten en kan het bot dikker worden en uiteindelijk vervormen.
Door afbraak van het kraakbeen en prikkeling vanuit het bot kan er een gewrichtsontsteking ontstaan. Vaak is er daarbij een verminderde spierkracht en een verzwakking van de gewrichtsbanden.
Bij sommige mensen overheerst de kraakbeenschade, bij anderen de veranderingen aan het bot of de ontsteking of verschillende combinaties daarvan.

Osteofyten en sclerose
Het verlies van de kraakbeenlaag gaat vaak langzaam, maar kan ook heel snel verlopen (progressief verlies van kraakbeen). Er treden veranderingen op in de kwaliteit van het bot onder het kraakbeen (sclerose) en ontstaat er uitgroei van bot aan de randen van het bot (osteofyten). Als reactie op de verminderde kraakbeenbescherming gaat het bot zijn dragende oppervlak vergroten. Dit om de druk op het gewricht (bijvoorbeeld bij knie en heup) te verminderen. Hierdoor kunnen er osteofyten (uitsteeksels) gaan groeien aan de botten en kan het bot dikker worden en uiteindelijk vervormd raken.

Risicofactoren
Artrose treft mensen van alle rassen en beide geslachten. Meestal komt het voor bij patiënten van 40 jaar en ouder, maar jongere mensen kunnen ook artrose krijgen. Risicofactoren voor de ontwikkeling van artrose kunnen zijn:
• uw leeftijd.
• uw geslacht (artrose komt vaker voor bij vrouwen).
• erfelijkheid (het hebben van familieleden met artrose).
• obesitas, dat een grote overbelasting voor de gewrichten oplevert.
• langdurige overbelasting van gewrichten (door hard lichamelijk werk of topsport), een eerdere traumatische gewrichtsschade of overmatig gebruik van gewrichten.
• gescheurde pezen veroorzaakt door een sport of een ander letsel.
• bepaalde sporten die een maximaal gewicht op de gewrichten geven, zoals intensieve bal-, vecht- en wintersporten.
• beschadiging van het gewricht door een gewrichtsontsteking, botbreuk, een beschadigde meniscus of zwakke gewrichtsbanden.
• met een gewrichtsmisvorming, zoals een ongelijke beenlengte, beugels of gestoten knieën.
• het optreden van artrose samen met andere gewrichtsaandoeningen, zoals reumatoïde artritis (RA), jicht en chondrocalcinose (pseudo-jicht).

Leeftijd en erfelijke aanleg
Artrose kan bij het ouder worden in alle gewrichten voorkomen, maar komt vooral voor in nek, onderrug, knieën, heupen, duim, vingers en grote teen. De aandoening verloopt langzaam progressief. Het risico op het ontwikkelen van artrose van de knie is ongeveer 46% en het risico op het ontwikkelen van artrose van de heup is 25% volgens, het Johnston County Osteoarthritis Project, een langetermijnstudie van de Universiteit van North Carolina.
Erfelijke aanleg kan een rol spelen bij de ontwikkeling en verergering van artrose. Bij erfelijke aanleg komt artrose vaak op jongere leeftijd voor en in meerdere gewrichten. In de ene familie komt artrose vaker voor dan in de andere familie.

Image ID 25432121 © Peter Junaidy | Dreamstime.com

Vormen van artrose

Artrose is een aandoening aan het gehele gewricht, waarbij schade aan en verlies van gewrichtskraakbeen het meest kenmerkend is. Het kraakbeen (een beschermlaag op de uiteinden van de botten) wordt langzaam dunner en zachter en verdwijnt uiteindelijk. De uiteinden van de botten komen dan tegen elkaar aan te schuren bij het bewegen. Dit kan flinke pijn veroorzaken en er kunnen ook problemen ontstaan met het onderliggende bot.
We onderscheiden twee vormen van artrose: primaire artrose en secundaire artrose.

Kenmerkend voor primaire artrose is:
• het is leeftijd-gerelateerd.
• het is een chronische aandoening met sluipend begin.
• het gewrichtskraakbeen wordt dunner en zachter en verdwijnt.
• het komt voornamelijk voor bij de heup of knie, maar ook bij rug, vingers en andere kleine gewrichten.
• er zijn geen systemische symptomen (geen koorts, geen afwijkingen meetbaar in laboratorium).

Kenmerkend voor secundaire artrose is:
• een onderliggende ziekte/aandoening of ongeval is oorzaak.
o ongeval bij bijvoorbeeld het sporten (bijvoorbeeld beschadigde meniscus in knie)
o gewrichtsziekte (bijvoorbeeld reumatoïde artritis)
o een infectie in het gewricht
o standsafwijkingen van de gewrichten
• er is geen specifieke voorkeurslocatie (afhankelijk van het gewricht dat is aangetast).

Artrose
• Bij artrose in hand en pols kunnen er gewrichtsontstekingen optreden in de pols en vingers. Het gewricht wordt warm en dik en er ontstaan knobbeltjes (de noduli van Heberden) aan de uiteinden van de vingers. Deze knobbeltjes ontstaan binnen enkele weken, doen pijn en zijn soms rood. Als deze knobbels er eenmaal zijn, blijven de klachten vaak stabiel. In een later stadium kan de stand van uw botten en gewrichten in de pols en hand veranderen, waardoor bijvoorbeeld de bovenarm wat hoger en de vingers scheef komen te staan.
• Bij artrose in nek en rug zien we verlies van kracht en tintelingen in arm, hand, been of voet en zenuwen kunnen bekneld raken. Mensen met artrose in de rug kunnen ook last krijgen van gevoelloosheid, bijvoorbeeld bij de blaas en krijgen daardoor problemen bij het plassen. Een ander probleem is dat de benige uitsteeksels die soms aan de randen van de gewrichten ontstaan op de zenuwen kunnen gaan drukken, wat een zenuwprikkeling kan doen ontstaan. Als u daar lang last van heeft, kan de functie van de beknelde zenuw uitvallen. Heeft u last van tintelingen of bijvoorbeeld verlies van kracht in de hand? Neem dan contact op met uw huisarts. In een later stadium kan de stand van uw botten veranderen en kunnen uw rug en nek een voorwaartse, achterwaartse of zijdelingse scheefstand vertonen, maar dit is voor een leek niet altijd te zien.
• Bij artrose in de heup nemen de klachten langzaam toe in de loop van de jaren met pijn in de lies bij lopen en stijfheid. Een verkeerde of niet ontspannen lig- of zithouding als u slaapt of zit, kan de klachten verergeren en de klachten worden erger bij bukken, zwaar tillen, te lang staan of lopen. Soms kunt u nog maar korte stukjes lopen. In een later stadium kan de stand van uw gewricht veranderen en we zien bijvoorbeeld een verschil in lengte tussen beide benen ontstaan.
• Bij artrose in de knie zien we langzaam toenemende klachten met tussendoor ontstekingen of verdere beschadiging van het kraakbeen. Er kan in het gewricht een stukje bot afbreken (‘muis’) en los komen te liggen. Het stukje afgebroken bot kan op een gegeven ogenblik klem gaan zitten, waardoor het gewricht op slot gaat. De orthopedisch chirurg haalt deze losse stukjes bot vaak operatief weg om verdere beschadiging van het bot te voorkomen. In een later ver gevorderd stadium kan de stand van het gewricht veranderen, waardoor bijvoorbeeld O-benen of X-benen ontstaan.
• Bij artrose in de enkel en voet zien we verergering van de pijn door de belasting bij bijvoorbeeld hurken, gebruik van verkeerde schoenen en voetafwijkingen, te lang lopen en lopen op een oneffen ondergrond. Bij artrose in uw enkel kunnen gewrichtsontstekingen optreden, waarbij het gewricht meer pijn gaat doen en warm, dik en soms rood wordt. In een later vergevorderd stadium kan de stand van het gewricht veranderen, waardoor bijvoorbeeld uw enkel naar binnen of naar buiten gedraaid gaat staan.

Klachten bij artrose

Artrose is een aandoening van het gehele gewricht, waarbij schade aan en verlies van gewrichtskraakbeen het meest kenmerkend is. Het kraakbeen (een beschermlaag op de uiteinden van de botten) wordt langzaam dunner en zachter en verdwijnt uiteindelijk. De uiteinden van de botten komen dan tegen elkaar aan te schuren bij het bewegen. Dit kan flinke pijn veroorzaken en er kunnen ook problemen ontstaan met het onderliggende bot.
Soms blijft de artrose beperkt tot één gewricht, maar u kunt ook artrose in meerdere gewrichten krijgen.

Osteofyten
Het kraakbeen (een beschermlaag op de uiteinden van de botten) wordt langzaam dunner en zachter en verdwijnt uiteindelijk. De uiteinden van de botten komen dan tegen elkaar aan te schuren bij het bewegen. Dit kan flinke pijn veroorzaken en er kunnen ook problemen ontstaan met het onderliggende bot.
Aan de rand van de botten groeien dan puntige, benige uitgroeisels (osteofyten). Deze benige uitgroeisels rekken het botvlies op en kunnen het gewrichtskapsel irriteren. De osteofyten aan de randen van de gewrichten beperken de beweeglijkheid van het gewricht en zenuwen kunnen bekneld raken. De beknelling van de zenuwen veroorzaakt pijn, gevoelsstoornissen en verlies van kracht. Uw gewricht kan ook dikker aanvoelen door de benige uitgroeisels en door de pijn kan het gewricht minder gebruikt gaan worden, omdat u minder ermee gaat bewegen.
Daardoor kunnen na een tijd de spieren rondom het gewricht minder sterk worden en verliest het gewricht zijn stevigheid en stabiliteit. Instabiliteit van het gewricht kan leiden tot overbelasting van het gewrichtskapsel en tot het overstrekken van de gewrichtsbanden, wat weer kan leiden tot een valpartij.

Klachten
Pijnklachten. In het begin geeft artrose vooral pijnklachten, die ontstaan door het bewegen en het belasten van het gewricht en die gaandeweg erger kunnen worden.
Startstijfheid. Het gewricht is stijf, vooral na het slapen of als u overdag lang in dezelfde houding zit. De startstijfheid verdwijnt door beweging, maar als u pijnlijke, stijve gewrichten heeft, kunt u deze niet gemakkelijk bewegen. Welk gewricht artrose heeft, bepaalt hoe bewegelijk u bent. Bij artrose in de knie kan het moeilijk zijn om uw knie te buigen of te strekken. De kans bestaat dat u ook nog minder gaat bewegen door pijn en stijfheid. Daardoor kunnen de spieren rondom het gewricht langzaam minder sterk worden en verliest het gewricht zijn stevigheid en stabiliteit. De pezen worden dan ook meer belast. De pijn en de instabiliteit vergroten de kans om te vallen, wat u een onzeker gevoel kan geven bij het lopen, wat weer kan leiden tot vallen.
Afwijkingen aan uw lichaamshouding. De stand van uw botten verandert door de afbraak van het kraakbeen, waardoor uw knieën meer naar binnen gedraaid gaan staan. De verandering in lichaamshouding heeft invloed op de manier waarop u dan uw andere gewrichten, pezen en spieren belast.
Krakend geluid bij het bewegen, dit komt vaker voor bij artrose. Het kraken is op zichzelf niet schadelijk of pijnlijk. Het krakende geluid wordt veroorzaakt door het veranderen van de structuur van het kraakbeen en het onderliggende bot bij artrose.
Ontstekingen. Door de ontstekingen in het gewricht komt er veel vocht in het gewricht. Het gewricht wordt warm, dik, stijf, pijnlijk en soms rood. Ook kunnen de slijmbeurzen rondom het gewricht ontstoken raken.

De verslechtering van het kraakbeen en de vervorming van het bot leiden niet altijd meteen tot klachten. Soms merkt u nog niets van de artrose in uw gewricht omdat u er nauwelijks of geen last van ondervindt.

Image ID 25432147 © Peter Junaidy | Dreamstime.com

Kraakbeen

Artrose is een aandoening van het gehele gewricht, waarbij schade aan en verlies van gewrichtskraakbeen het meest kenmerkend is. Het kraakbeen (een beschermlaag op de uiteinden van de botten) wordt langzaam dunner en zachter en verdwijnt uiteindelijk. De uiteinden van de botten komen dan tegen elkaar aan te schuren bij het bewegen. Dit kan flinke pijn veroorzaken en er kunnen ook problemen ontstaan met het onderliggende bot.

Wat is kraakbeen?
Op de uiteinden van botten zit een laagje kraakbeen, zodat de botten elkaar niet raken. Kraakbeenweefsel kan door zijn veerkracht druk weerstaan bij schokken. De tussenstof van het kraakbeen is een vaste en veerkrachtige substantie en bestaat uit kraakbeenlijm (chondrine) met daarin een wisselende hoeveelheid eiwitvezels. Het kraakbeen bevat geen zenuwen en ook geen bloedvaten waardoor het genezend vermogen van kraakbeenweefsel zeer beperkt is. Het kraakbeen is (met uitzondering van de gewrichtsvlakken) omgeven door een kraakbeenvlies (perichondrium).

Letsel van het kraakbeen
Een beschadiging van het kraakbeenweefsel heeft door het beperkt herstellende vermogen van het weefsel vaak grote gevolgen. Kraakbeenletsel wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door (sport)letsel maar ook ontstekingen, reumatische aandoeningen en artrose kunnen kraakbeenletsel veroorzaken.

Herstel van kraakbeen
Kraakbeen stopt met groeien wanneer het skelet is volgroeid, er komt dan geen deling of vorming van nieuwe kraakbeencellen meer voor. Als gevolg daarvan herstelt kraakbeen van volwassenen zich dan ook nauwelijks meer. Beschadigd kraakbeen herstelt zich dan enkel nog via het kraakbeenvlies. Kleine kraakbeendefecten kunnen herstellen doordat kraakbeencellen vanuit het kraakbeenvlies de beschadigde plaats opvullen. Grotere defecten worden opgevuld met littekenweefsel (fibreus kraakbeen).

Kraakbeen komt voor in veel gebieden van ons lichaam zoals: bij het oor, bij de tussenwervelschijven en op de gewrichtsoppervlakken van botten.

Image ID 127154966 © Normaals | Dreamstime.com

Soorten kraakbeen

Er zijn drie soorten kraakbeen: aan de hand van het aantal vezels in het kraakbeen, kan onderscheid gemaakt worden tussen drie soorten kraakbeen: hyalien, elastisch en vezelig kraakbeen.

Hyalien kraakbeen
Het hyalien of glasachtige kraakbeen bestaat uit cellen; de chondrocyten en een vrijwel homogene blauwachtige tussenstof. De tussenstof bevat veel collagene vezels. Collagene vezels bestaan uit wit en fibreus eiwit, collageen genaamd. Collageen is een sterke en weinig elastische trekvaste vezel, waardoor de belangrijkste functie stevigheid en vormbehoud van het lichaam is. De vezels en de tussenstof zijn beide doorzichtig (glasachtig). Dit kraakbeen bedekt de gewrichtsoppervlakken.

Elastisch kraakbeen
Elastisch kraakbeen bevat zowel elastische als collageen vezels, waardoor het stevig maar ook buigzaam is. Dit kraakbeen komt o.a. voor in de oorschelp. 

 


Vezelig kraakbeen
Het vezelige of fibreus kraakbeen is een samenstelling van stevig bindweefsel en hyalien kraakbeen. Het bestaat voor het grootste gedeelte uit collageen vezels. Dit kraakbeen komt voor op plaatsen waar weerstand tegen grote trekkrachten geboden moet worden, zoals bij de tussenwervelschijven en de meniscus in het kniegewricht. 

Kraakbeencellen:
Chondrocyten
Chondrocyten zijn kraakbeencellen die zorgen voor de productie van tussenstof. De tussenstof van het kraakbeen wordt chondrine of kraakbeenlijm genoemd.
Chondroblasten
Chondroblasten zijn de voorlopercellen van chondrocyten. De chondroblasten produceren tussenstof totdat de cellen hierdoor volledig zijn ingesloten. De kraakbeencellen liggen vast in holtes (lacunae) in de tussenstof.
Chondroclasten
Kraakbeen verkalkt als gevolg van groei en veroudering van het skelet. Chondroclasten zorgen ervoor dat verkalkt kraakbeen wordt afgebroken.

Image ID 116710923 © Designua | Dreamstime.com

Diagnose bij artrose

Uw arts baseert de diagnose op een combinatie van een anamnese, zijn bevindingen en aanvullende onderzoekuitslagen.

Anamnese
Als u bij een reumatoloog komt, zal de arts u allerlei vragen stellen, zoals:
• wat uw klachten zijn.
• hoe uw klachten zijn ontstaan.
• welke klachten of aandoeningen u al eerder heeft gehad of nog steeds heeft (uw medische voorgeschiedenis).
• wanneer uw klachten optreden en wat deze klachten verergert.
• welke medicijnen u gebruikt.
• hoe uw dagpatroon er ongeveer uitziet.
• wat voor werk u doet.
• komen er in uw familie reumatische aandoeningen voor?

Als u klachten heeft, dan zal de arts lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek doen. Dat is nodig om de diagnose te kunnen bevestigen.

Lichamelijk onderzoek
De arts onderzoekt of er in uw gewrichten vocht aanwezig is, of de huid warm en rood is en/of er vergroeiingen voelbaar zijn.

Soms laat uw arts röntgenfoto’s maken, maar de informatie hiervan is vaak beperkt. Op de foto kunnen afwijkingen zichtbaar zijn, terwijl u toch weinig klachten heeft of op de foto kan het gewricht er goed uitzien, terwijl u veel pijn heeft bij het bewegen. De ruimte tussen twee botuiteinden op de foto zegt iets over de dikte van het aanwezige kraakbeen, maar de kwaliteit van het kraakbeen kan men op de röntgenfoto niet vaststellen.

Bloedonderzoek
De arts kan uw artrose niet vaststellen door bloedonderzoek. Een bloedonderzoek helpt wel om andere aandoeningen, zoals reumatoïde artritis, jicht of hemochromatose (ijzerstapelingsziekte) zo veel mogelijk uit te sluiten.

Behandeling

De schade door artrose is niet terug te draaien. Er is geen medicijn of andere behandeling om de kraakbeen in het gewricht te herstellen. Toch is behandeling zinvol, want het kan de pijn en stijfheid verminderen. Daardoor kunt u gemakkelijker bewegen, wat ook weer goed is voor uw gewrichten, pezen en spieren. Uiteindelijk kan een operatie met kunstgewricht (bijvoorbeeld schouder-, heup- of knieprothese) nog de enige optie zijn.

Artrose kan behandeld worden door:
1. het verminderen of wegnemen van risicofactoren voor ontstaan en toename van artrose. Sommige risicofactoren bij artrose zijn niet direct te beïnvloeden (onder andere uw geslacht) maar andere risicofactoren weer wel. Het is aangetoond dat artrose in de knie en hand gerelateerd is aan het hebben van overgewicht, dus afvallen kan helpen tegen de verergering van de klachten. Overbelasting van uw gewricht kan ook worden verminderd door diverse maatregelen, zoals het dragen van betere schoenen, spiertraining en het operatief corrigeren van bijvoorbeeld standsafwijkingen of bandletsels.
Het is ook belangrijk om elke dag te sporten en dat te blijven doen. U kunt bijvoorbeeld wandelen, fietsen, zwemmen, tai chi en andere sporten beoefenen.
2. de behandeling van de klachten met medicijnen.
Omdat de belangrijkste klacht van artrose pijn is, hebben pijnstillers een belangrijke rol bij de behandeling van klachten. Er zijn verschillende soorten pijnstillers, die gebruikt kunnen worden.

Pijnstillers, die u zelf kunt aanschaffen zonder recept
• Een gewone pijnstiller met de werkzame stof paracetamol. Paracetamol helpt tegen pijn en koorts, veroorzaakt geen maagproblemen, geeft meestal geen bijwerkingen en is goed te combineren met andere medicijnen.
• Een NSAID, een ontstekingsremmende pijnstiller. De afkorting NSAID staat voor Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs. Deze pijnstillers remmen ontstekingen. In een lagere dosering zijn NSAIDs, zoals diclofenac, naproxen en ibuprofen, zonder recept te koop. U kunt ook een crème kopen om in te smeren, waarin een ontstekingsremmende pijnstiller, zoals diclofenac, in een lagere dosering zit verwerkt. Deze crème wordt in uw huid opgenomen en werkt op de plek waar u hem dun insmeert. Nadeel is dat niet duidelijk is hoeveel van de ontstekingsremmende pijnstiller uw lichaam dagelijks echt opneemt. Bespreek het gebruik hiervan altijd vooraf met uw arts om overmatig gebruik te voorkomen.
Acetaminophen is de generieke naam voor Tylenol, een pijnstiller en koortsreductiemiddel. Het is een van de meest gebruikte pijnstillers ter wereld. Het wordt voornamelijk zonder voorschrift verkocht om een verscheidenheid aan aandoeningen te behandelen, zoals hoofdpijn, spierpijn, tandpijn en artritis. Acetaminophen is het actieve ingrediënt niet alleen in Tylenol, maar ook in Panadol, Feverall en vele andere geneesmiddelen.

Heeft u lichamelijke klachten? Ga dan altijd naar uw huisarts of specialist voor een goede diagnose ervan en de juiste behandeling.

Geneesmiddelen op recept
Dit wordt verstrekt door uw arts of reumatoloog of internist.
Bij de medicijnkeuze kijkt uw arts naar de ernst van de ziekte, de bijwerkingen die het middel kan geven en de reactie van uw lichaam op het middel. Steeds weer maakt uw arts de afweging tussen de schade die de ziekte aan de gewrichten kan veroorzaken en de mogelijke bijwerkingen van een medicijn. Hoe deze balans uitvalt, is bij iedereen anders. Meestal krijgt u medicijnen in pil- of poedervorm; bij een ernstig ontstoken gewricht kan het middel in het gewricht zelf worden geïnjecteerd.
Capsaïcine crème en lidocaïne en diclofenac gel. U brengt deze medicijnen rechtstreeks op de huid aan over de aangetaste gewrichten.
Acetaminophen. Acetaminophen behoort tot een klasse van pijnstillers die niet-opioïde analgetica worden genoemd. Ze werken door het blokkeren van het enzym dat pijn- en ontstekingsgenererende prostaglandinen produceert. Als een voorgeschreven medicijn en orale pijnstiller wordt acetaminophen gewoonlijk gecombineerd met verdovende pijnstillers, zoals codeïne of hydrocodon, om ernstige pijn te behandelen. In tegenstelling tot niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAIDs), zoals ibuprofen, vermindert acetaminophen zwelling of ontsteking niet.
• Een NSAID, een ontstekingsremmende pijnstiller. De afkorting NSAID staat voor Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs. Het gaat om medicijnen die ontstekingen remmen, maar die geen corticosteroïden (steroïden) bevatten. Deze ontstekingsremmende pijnstillers zijn allemaal werkzaam tegen pijn, ontstekingen, stijfheid en koorts, maar voorkomen geen gewrichtsschade. Uw behandelend arts schrijft deze medicijnen op recept aan u voor met een hogere dosis van de werkzame stof. Uw arts kan u ook een crème voorschrijven waarin een ontstekingsremmende pijnstiller diclofenac zit verwerkt. Deze crème wordt in uw huid opgenomen en werkt op de plek waar u hem dun insmeert. Nadeel is dat niet duidelijk is hoeveel van de ontstekingsremmende pijnstiller uw lichaam dagelijks echt opneemt. Masseer niet met crèmes die een warmtereactie geven.
• Een corticosteroïd (een kunstmatig bijnierschorshormoon) is een medicijn, dat lijkt op het natuurlijke hormoon dat het lichaam aanmaakt in de bijnierschors. Corticosteroïden bootsen de effecten na van het hormoon dat uw lichaam op natuurlijke wijze produceert in uw bijnieren, die bovenop uw nieren liggen. Het zijn krachtige ontstekingsremmers die de afweerreactie in het lichaam en de ontsteking onderdrukken. Voorbeelden zijn prednison of prednisolon. Corticosteroïden kunnen verwerkt worden in zalven, crèmes, lotions en als injectievloeistof. Een corticosteroïd medicijn kan snel effectief zijn voor een zwelling die gelokaliseerd is (niet wijdverbreid) door een injectie in de aangetaste gewricht- of peesmantel (het membraan rond een pees). Erg ontstoken gewrichten kunnen baat hebben bij corticosteroïd-injecties (cortisone-shots). Prednison (een glucocorticoïd) vermindert de ontstekingen door uw gehele lichaam. Het doet dit door in te grijpen op de wijze waarop bepaalde chemicaliën in uw lichaam ontstekingen veroorzaken.
Hyaluronzuur wordt soms door de orthopedisch chirurg in injecties toegediend, vooral bij artrose in de knie. Het effect hiervan is echter nog niet voldoende aangetoond. Deze injectie is ook belastend, want de injectie moet eenmaal per 3 tot 5 weken gegeven worden en u kunt last krijgen van plaatselijke pijn in het gewricht of overgevoeligheid. In een vergevorderd stadium van artrose heeft hyaluronzuur nog weinig effect getoond.
Bisfosfonaten. Dit zijn medicijnen die gegeven worden bij botontkalking en die de botafbraak remmen. Het medicijn zorgt er voor dat calcium beter in het bot wordt opgenomen. De botafbraak en de botaanmaak komen dan weer meer in evenwicht. Bij gebruik van bisfosfonaten kan de botdichtheid zelfs iets toenemen.
Als u een bisfosfonaat gebruikt en u heeft een behandeling bij de tandarts, dan kunnen kaakklachten ontstaan of verergeren, zoals bij het trekken van een kies. Vertel uw tandarts altijd dat u een bisfosfonaat gebruikt en meldt de tandartsbehandeling ook bij uw arts.
Duloxetine wordt gebruikt voor de behandeling van depressie en angst. Daarnaast wordt duloxetine gebruikt om zenuwpijn (perifere neuropathie) te verlichten bij mensen met diabetes of aanhoudende pijn als gevolg van medische aandoeningen zoals artrose, chronische rugpijn of fibromyalgie (een aandoening die wijdverspreide pijn veroorzaakt). Duloxetine kan uw humeur, slaap, eetlust en energieniveau verbeteren en de nervositeit verminderen. Het kan ook de pijn verminderen vanwege bepaalde medische aandoeningen. Duloxetine werkt door het helpen herstellen van de balans van bepaalde natuurlijke stoffen (serotonine en norepinefrine) in de hersenen. In 2010 keurde de FDA het gebruik van duloxetine (Cymbalta) goed voor chronische (langdurige) musculoskeletale pijn, zoals die optreedt bij artrose.
• Patiënten met zeer ernstige pijn hebben mogelijk sterkere medicijnen nodig, zoals voorgeschreven verdovende middelen.

3. de behandeling van uw klachten door behandeling in een pijnkliniek of vervanging van uw gewricht.
• Uw huisarts of specialist kan u doorverwijzen naar een pijnkliniek. Behandeling kan bestaan uit het blokkeren van bepaalde zenuwen zodat pijnsignalen niet meer doorgegeven worden.

• Het plaatsen van een gewrichtsprothese door de orthopedisch chirurg is een definitieve behandeling van de klachten. De meest voorkomende protheses zijn heup- en kniegewrichten en daarnaast zijn er protheses voor andere gewrichten (schouder, elleboog, pols en enkel).

Gebruik medicijnen en therapietrouw

• Het is belangrijk dat u de medicijnen inneemt zoals ze zijn voorgeschreven. Om uw ziekte goed onder controle te krijgen, is het zeer belangrijk dat u uw medicijnen dagelijks op vaste tijden inneemt. Als u dat niet doet, wordt er geen goede concentratie van het medicijn in uw bloed opgebouwd en werkt het medicijn daarom minder goed.
• Heeft u moeite met onthouden, wanneer en hoeveel van uw medicijnen u dagelijks moet innemen? Koop dan een medicijn dispenser, waarin u uw medicijnen per dag kunt sorteren.
• Heeft u moeite met of bezwaren tegen het innemen van de aan u voorgeschreven medicijnen, bijvoorbeeld vanwege eventuele bijwerkingen? Dan kan dat er toe leiden, dat u de medicijnen niet meer regelmatig inneemt. Bespreek dit met uw arts!

Gebruik medicijnen
De arts zal bij problemen kijken naar:
• de dosering en hoeveelheid medicijnen die u gebruikt.
• overschakelen naar een ander medicijn van hetzelfde type of een volledig nieuw type medicijn.
• combinatie van verschillende medicijnen op hetzelfde moment.

Uw arts kan u vertellen:
• of het medicijn voor u kan werken.
• hoe u het medicijn het beste kunt gebruiken.
• hoeveel en hoe vaak u het medicijn kunt gebruiken.
• hoe u het medicijn het beste kunt afbouwen.

U moet uw huisarts of specialist altijd vertellen:
• of u andere medicijnen (zelf gekocht of voorgeschreven door een andere arts) gebruikt.
• of u een andere medische aandoening heeft.
• of u binnenkort wordt geopereerd.
• of u eerder een ontstekingsremmende pijnstiller heeft voorgeschreven gekregen, die bijwerkingen gaf bij u.
• of u zwanger wilt worden of zwanger bent.
• of u borstvoeding geeft.
Dit is belangrijk omdat uw huisarts of specialist een zorgvuldige keuze moet maken tussen verschillende medicijnen.

Bijwerkingen
• Alle medicijnen kunnen bijwerkingen hebben bij gebruik, dus vraag uw arts of apotheker welke bijwerkingen u kunt verwachten of lees de bijsluiter.

Verminderen of stoppen
Als u zelf zou stoppen met een medicijn of het aantal medicijnen zelf zou verminderen, kunnen uw klachten verergeren. Overleg daarom altijd eerst met uw huisarts of specialist als u minder medicijnen wilt gaan gebruiken of wilt stoppen.

Alternatieve behandelingen

Er bestaan veel soorten alternatieve behandelingen. Hiermee worden alle behandelingen bedoeld, die buiten de gewone wetenschappelijke medische zorg vallen. Voor de werking van deze behandelingen is geen wetenschappelijk bewijs geleverd. De alternatieve behandelingen worden ook wel ‘complementair‘ genoemd, omdat ze een aanvulling kunnen zijn op de reguliere medische behandeling door uw arts.
Veel mensen kiezen naast hun reguliere medische behandeling ook voor een alternatieve behandeling. Ze hopen dat dit extra helpt tegen hun klachten of beter helpt om met de klachten om te gaan.

Kan een alternatieve behandeling een vervanging zijn voor uw reguliere medische behandeling?
Nee, als u kiest voor een alternatieve behandelmethode is dat altijd een aanvulling op uw gewone medische behandeling. U moet niet stoppen met uw reguliere behandeling, want anders loopt u onnodige gezondheidsrisico’s. Overleg daarom altijd eerst met uw behandelend arts voordat u met een alternatieve behandeling begint.

Welke alternatieve behandelingen zijn er bijvoorbeeld?
Er zijn heel veel verschillende alternatieve behandelmethoden beschikbaar, die ook gecombineerd kunnen worden. Enkele voorbeelden zijn:
• Chinese geneeskunde (acupunctuur en tai chi).
• homeopathie (producten gemaakt uit planten en mineralen).
• Bowen therapie.
• Ayurveda.
• Bach bloesembehandeling.
• shiatsu-, voetzool- en klassieke massage.
• voedingssupplementen.

Waar moet u op letten?
• Bij veel alternatieve behandelingen is niet aangetoond dat ze daadwerkelijk werken. Als u er voor kiest om een alternatieve behandeling uit te proberen, let er dan op dat uw klachten niet toenemen. Stop met een alternatieve behandeling, zodra uw klachten toenemen.
• Bedenk ook altijd eerst waarom u een alternatieve behandeling wilt volgen.
• Bereid u goed voor door informatie over de alternatieve behandeling op te zoeken en te lezen. Overleg met uw behandelend arts, want bepaalde klachten kunnen verminderen door sommige alternatieve behandelingsmethoden.
• Bepaal zelf in welke alternatieve methode u vertrouwen heeft voor de verlichting van uw klachten en of u eraan wilt beginnen.

Wat kunt u het beste doen bij een keuze voor een alternatieve behandeling?
• Overleg altijd met uw behandelend arts over de alternatieve behandelmethode die u wilt gaan volgen.
• Overleg met uw behandelend arts en met de alternatieve behandelaar of zij met elkaar willen overleggen over uw behandeling.
• Kies een alternatieve behandelaar die een erkende beroepsopleiding heeft gevolgd en bij een beroepsorganisatie is aangesloten.
• Vraag uw alternatieve behandelaar vooraf naar het doel, de duur, de kosten en de risico’s van de behandeling. Hoeveel geld u kwijt bent, hangt af van welke behandeling u kiest, hoelang deze duurt en hoe u verzekerd bent.
• Stop niet met uw reguliere medische behandeling, want uw klachten kunnen hierdoor verergeren.
• Weeg tijdens een behandeling af of u wilt doorgaan of stoppen als uw klachten erger worden, als u geen effect van de alternatieve behandeling merkt of als u bijwerkingen krijgt.

Waarom is letten op uw voeding belangrijk?

• Gezonde voeding is belangrijk om de vitamines en mineralen en andere voedingsstoffen binnen te krijgen, die uw lichaam nodig heeft.
• Overgewicht levert risico’s op voor uw gezondheid en ziekteverloop. Bij reuma speelt overgewicht bijvoorbeeld een belangrijke rol bij artrose in knieën, heupen en enkels. De druk op uw gewrichten is dan gewoon te groot. Gezond eten en genoeg beweging (een sport beoefenen en actief in huis en buitenshuis) kan helpen om uw overgewicht te verminderen of tegen te gaan.
• Een gezond eetpatroon is dus altijd belangrijk en de diëtiste kan u daarbij ondersteunen met de juiste voedingsadviezen.

Wat is een gezond eetpatroon?
Met een gezond eetpatroon krijgt uw lichaam de juiste hoeveelheid goede voedingsstoffen binnen, die het nodig heeft. U eet de hoeveelheden, die uw lichaam nodig heeft. De diëtiste kan u daarbij ondersteunen met de juiste voedingsadviezen. U kunt iedere dag de Schijf van Vijf gebruiken van het Voedingscentrum. U kiest uit ieder vak wat u wilt eten en u kunt iedere dag een andere keuze maken en variëren met uw eten. Let op de aanbevolen hoeveelheden per vak en doe dat iedere dag. Kijk op http://www.voedingscentrum.nl
De 5 vakken van de Schijf van Vijf zijn:
• Groente en fruit
• Brood, graanproducten en aardappelen
• Vis, peulvruchten, vlees, ei, noten en zuivel
• Smeer- en bereidingsvetten
• Dranken

Waar kunt u advies krijgen voor een gezond eetpatroon?
• Op de website van het Voedingscentrum kunt u terecht voor betrouwbare adviezen over gezond en gevarieerd eten.
• U kunt advies vragen aan uw huisarts of een diëtiste. De huisarts kan u door verwijzen naar een diëtiste. Sommige diëten kunnen mogelijk gericht tegen uw klachten helpen. Overleg met uw huisarts of diëtiste als u een bepaald dieet wilt proberen. En let erop dat u geen belangrijke voedingsmiddelen weglaat uit uw dagelijkse eetpatroon.

Wat kunt u doen bij een pijnlijke of droge mond?
Soms kunt u om verschillende redenen last van een droge of pijnlijke mond hebben. Tips:
• door te kauwen (op bijvoorbeeld stukje komkommer, suikervrij snoepje of kauwgom) en te zuigen (ijsklontje) worden de speekselklieren gestimuleerd om speeksel te produceren.
• een goede mondverzorging is belangrijk: goed tandenpoetsen, flossen en het gebruik van mondwater.
• spoel uw mond regelmatig, drink kleine beetjes water en gebruik eventueel een mondsproeier.
• laat hete dranken eerst wat afkoelen.
• gebruik ijs of koude gerechten, want koude verdooft pijn.
• gebruik geen scherpe kruiden en specerijen, vruchtensap, koolzuurhoudende frisdranken, alcoholische dranken, erg zoute etenswaren en zure etenswaren.
• etenswaren met harde korstjes, noten, botjes en graten kunnen wondjes veroorzaken.
• gebruik bij de warme maaltijd soep, jus of saus om het eten smeuïger te maken.
• smeerkaas, smeerbare paté of salade, jam of honing op brood, pap, drinkontbijt en vla slikt bijvoorbeeld gemakkelijker door dan droog beleg.
• als u gemalen of vloeibare voeding moet gebruiken, kunt u met een mixer uw maaltijd vermalen met wat extra vocht.

Bij sommige vormen van reuma of gebruik van bepaalde medicijnen kunnen darmklachten voorkomen. De darmklachten kunnen ontstaan door de invloed van bepaalde medicijnen op de voedselopname. Andersom kan het voedsel, dat u eet, effect hebben op de werking van uw medicijnen.

Voedingssupplementen, visvetzuren, glucosamine en vitamine D?
Voedingssupplementen zijn verkrijgbaar als pillen, poeders, druppels, capsules of drankjes en zijn bedoeld als aanvulling op onvoldoende dagelijkse voeding. Ze bevatten vitamines, mineralen of bio-actieve stoffen. Deze synthetische of geïsoleerde vitamines, mineralen of bio-actieve stoffen hebben dezelfde werking als de vitamines en mineralen die al van nature in uw eten en drinken zitten.
Veel mensen kiezen naast hun dagelijkse voeding voor een extra aanvulling op hun eetpatroon. De gebruikers van voedingssupplementen geven aan, dat ze positieve effecten van het gebruik van bepaalde kruiden, vitaminen en mineralen ervaren. Het lichaam neemt de voedingsstoffen in pillen gemakkelijker op dan de voedingsstoffen in eten. Maar als u gezond en gevarieerd eet, heeft u geen extra voedingssupplementen nodig, want u krijgt al voldoende voedingsstoffen, mineralen en vitamines binnen. Meld altijd aan uw huisarts en apotheker, dat u voedingssupplementen gebruikt.
Visvetzuren lijken een licht ontstekingsremmend effect te hebben bij een hoge inname ervan. Er is vooral onderzoek naar gedaan bij reumatoïde artritis. Het advies is om twee keer per week vette vis te eten.
Glucosamine kan als een milde pijnstiller werken bij artrose in de knie, maar stopt de artrose niet.
• Ons lichaam maakt vitamine D natuurlijk aan onder invloed van het zonlicht buitenshuis. Vitamine D heeft mogelijk een gunstige werking bij ontstekingsreuma, maar dat is nog onvoldoende bewezen. Mensen met lupus erythemathodes (LE), die weinig buiten komen vanwege huidklachten, wordt aangeraden om vitamine D te gebruiken via voorschrift van de arts. Vitamine D wordt ook voorgeschreven voor een betere opname van calciumtabletten bij artrose en osteoporose.

Supplementen

Veel vrij verkrijgbare voedingssupplementen worden gebruikt voor de behandeling van artrose. De meeste supplementen missen goede onderzoeksgegevens om hun effectiviteit en veiligheid te ondersteunen. Veel gebruikte supplementen zijn calcium, vitamine D en omega-3 vetzuren.
Om de veiligheid te garanderen en interacties tussen geneesmiddelen te voorkomen, moet u uw arts of apotheker raadplegen voordat u een van deze supplementen langdurig gebruikt. Dit is vooral belangrijk wanneer u deze supplementen combineert met voorgeschreven medicijnen.

Andere gebruikte supplementen zijn:
Glucosamine is een suikereiwit dat uw lichaam helpt bij het opbouwen van kraakbeen. Het is een van nature voorkomende stof die wordt aangetroffen in botten, beenmerg, bindweefsel, in de vloeistof in uw gewrichten, schaaldieren en schimmels. Uw lichaam maakt zelf glucosamine, maar bij veroudering wordt dit minder. Glucosamine kan een mild effect hebben bij lichte artrose van de knie. Van het supplement is niet aangetoond dat het de verergering van artrose kan voorkomen. De combinatie glucosaminesulfaat met chondroïtine lijkt geen verschil te maken. Mensen die overgevoelig zijn voor schaaldieren kunnen ook overgevoelig zijn voor glucosamine.
Glucosamine mag niet worden gebruikt in plaats van de medicijnen die uw arts u heeft voorgeschreven. Voor effect bij gebruik als pijnstiller moet glucosamine minimaal 3 maanden worden gebruikt, voordat u het effect ervan gaat merken. Als glucosamine effect heeft, zou u pijnstillers in overleg met uw arts mogelijk kunnen afbouwen. U kunt last krijgen van misselijkheid of hoofdpijn bij het gebruik van glucosamine, maar als u het supplement inneemt met wat voedsel of voldoende water kunt u dit voorkomen.
Glucosamine wordt in de alternatieve geneeskunde gebruikt als hulpmiddel bij het verlichten van gewrichtspijn, zwelling en stijfheid veroorzaakt door reuma. Glucosamine wordt ook vaak verkocht als een kruidensupplement. Er zijn geen gereguleerde productienormen voor veel kruidensupplementen. Let bij het kopen van glucosamine preparaten op de prijs en de dagelijkse dosis (1500 mg glucosaminesulfaat per dagdosering).
Tijgerbalsem en Arnica crème hebben een verlichtend effect op het aangedane gewricht, omdat ze een warmtereactie geven, waardoor u minder pijn voelt.

Omgaan met artrose

Het is belangrijk om dagelijks te sporten als u artrose heeft. Oefening kan gewrichtspijn verminderen en de gewrichtsfunctie verbeteren.

Andere tips zijn:
afvallen als u te zwaar of zwaarlijvig bent, omdat dit de pijn kan verminderen en de progressie van artrose kan vertragen.
• eet gezond voedsel, groenten, fruit enzovoorts.
• blijf in beweging: ga bijvoorbeeld fietsen, zwemmen of wandelen.
• oefen dagelijks met uw pijnlijke of stijve gewrichten.
• vermijd repeterende bewegingen van het gewricht met artrose, vooral frequent buigen.
• vermijd te veel traplopen, hurken, kruipen en knielen (als u artrose in de knie heeft).
• zorg ervoor dat uw huis en werkplek een aangename temperatuur hebben en vermijd grote temperatuurverschillen.
• bescherm uw gewrichten tegen kou.
• let op uw houding: een slechte houding is een extra zware belasting. U moet uw nek en rug goed positioneren en ondersteunen terwijl u zit of slaapt.
• verander uw houding regelmatig: ga niet te lang zitten, staan ​​of liggen in dezelfde houding.
• zorg ervoor dat u afwisselend beweegt en rust.
• til of draag geen zware dingen.
• vermijd wringen of draaien met uw handen (als u artrose hebt in uw vingers).
• gebruik hulpmiddelen waarmee u uw dagelijkse activiteiten kunt uitvoeren. Wacht niet tot u niets meer kunt doen.
• draag comfortabele schoenen met stevige zolen die niet knellen en voldoende steun bieden tijdens het lopen.
• bepaalde alternatieve behandelingen zoals een spa (hot tub), massage en chiropractische manipulatie kunnen de pijn voor een korte tijd helpen verlichten. Ze kunnen echter kostbaar zijn en vereisen herhaalde behandelingen.
• warmte- of koudetherapie kan de symptomen van artrose gedurende een korte tijd verlichten.

Een fysiotherapeut of een ergotherapeut kan u de meeste geschikte oefeningen voor u geven en helpen om de beste hulpmiddelen te kiezen.

dr. H.J. Mencke I Artrose van de knie

Zorgvoorbeweging I Animatie artrose-behandeling knie

Zorgvoorbeweging I Animatie heupgewricht & artrose

Osmosis I Osteoarthritis - causes, symptoms, diagnosis, treatment & pathology

Manipal Hospitals I What Causes Osteoarthritis Joint Disease?

Regenerative Health Education I What is Osteoarthritis - A short Introduction

Bron video’s
Dr. H.J. Mencke I Artrose van de knie I https://youtu.be/PvpI3M_Bb1A
Zorgvoorbeweging I Animatie artrose-behandeling knie I NOV & Zorg voor Beweging & dr. H.J. Mencke I https://youtu.be/ySxdYrRUC74
Zorgvoorbeweging I Animatie heupgewricht & artrose INOV & Zorg voor Beweging & dr. H.J. Mencke I https://youtu.be/ERnz2SLwhEo
Osmosis I Osteoarthritis – causes, symptoms, diagnosis, treatment & pathology I https://youtu.be/sUOlmI-naFs
Regenerative Health Education I What is Osteoarthritis – A short Introduction I https://youtu.be/WErDsqy0vEo 
Manipal Hospitals I What Causes Osteoarthritis Joint Disease? I https://youtu.be/rp1z9GjCUjo

Verantwoordingstekst artrose
De informatie over artrose is algemeen.
Iedere situatie is anders, dus raadpleegt u bij vragen of klachten altijd uw huisarts, medisch specialist of apotheker.

Patiëntvideo’s
De patiëntvideo’s zijn alleen bedoeld voor algemeen informatief gebruik. U moet een gekwalificeerde zorgverlener raadplegen voor professioneel medisch advies, diagnose en behandeling van uw gezondheidsklachten.

De Caribbean Arthritis Foundation biedt geen medisch advies, diagnose of behandeling!
De inhoud van de website van de Caribbean Arthritis Foundation, zoals tekst, afbeeldingen, afbeeldingen en ander materiaal op de Caribbean Arthritis Foundation Site (‘Inhoud’) zijn alleen bedoeld voor informatieve doeleinden.